Digitale vaardigheden in het onderwijs: leerlingen én docenten
Meer dan 60% van de Nederlandse leerlingen in het voortgezet onderwijs haalt niet het internationale basisniveau voor digitale vaardigheden. Dat staat in De Staat van het Onderwijs 2025 — niet als verrassing, maar als bevestiging van iets wat veel scholen al voelen: de kloof tussen wat leerlingen digitaal moeten kunnen en wat ze daadwerkelijk beheersen, is groot. En bij docenten is het beeld niet anders.
Wat zijn digitale vaardigheden in het onderwijs?
Digitale vaardigheden gaan over meer dan weten hoe een app werkt. Het gaat om het vermogen om technologie effectief, veilig en kritisch in te zetten — in het leerproces, in de communicatie en in het dagelijks leven.
Het ministerie van OCW hanteert vijf domeinen binnen digitale geletterdheid. ICT-basisvaardigheden vormen het fundament: omgaan met apparaten, software en digitale omgevingen. Informatievaardigheden gaan over het zoeken, beoordelen en gebruiken van informatie. Mediawijsheid draait om kritisch en bewust omgaan met media en online content. Computational thinking leert leerlingen problemen oplossen met een digitale denkwijze. En per 2025 is AI-geletterdheid als vijfde domein toegevoegd: begrijpen hoe kunstmatige intelligentie werkt en er verantwoord mee omgaan.
Die vijf domeinen zijn geen losse onderdelen, maar een samenhangend geheel. Een leerling die goed informatie kan zoeken maar niet kritisch kijkt naar de bron, mist een essentieel stuk. Een leerling die vlot met tools werkt maar niet begrijpt wat er met zijn gegevens gebeurt, ook.
Hoe digitaal vaardig zijn leerlingen in Nederland?
Het internationale ICILS-onderzoek en De Staat van het Onderwijs 2025 geven een helder — en zorgwekkend — beeld. Leerlingen in het voortgezet onderwijs halen gemiddeld slechts niveau 1 voor computer- en informatievaardigheden, terwijl niveau 2 internationaal geldt als het basisniveau. Nederland scoort daarmee onder het gemiddelde van vergelijkbare Europese landen.
In het basisonderwijs zijn landelijke normen er nog nauwelijks, maar de eerste metingen laten een duidelijk patroon zien: digitale geletterdheid hangt sterk samen met het schooladvies. Leerlingen met een vwo-advies scoren gemiddeld beter dan leerlingen met een vmbo-advies. Dat betekent dat de digitale ongelijkheid al vroeg in de schoolloopbaan zichtbaar is.
Het meest veelzeggende gegeven is misschien dit: bijna alle schoolleiders en driekwart van de leraren vinden digitale vaardigheden belangrijk. Toch krijgt het in de klas nog te weinig structurele aandacht. De urgentie is erkend — de uitvoering loopt achter.
Wat moeten leerlingen digitaal kunnen?
Per 1 augustus 2027 worden de nieuwe kerndoelen voor digitale geletterdheid van kracht. Ze gelden voor het primair, voortgezet en speciaal onderwijs en zijn vastgesteld door het ministerie van OCW. Volledig ingevoerd moeten ze zijn in 2031.
De kerndoelen beschrijven wat leerlingen op verschillende leeftijden moeten beheersen. Dat gaat van basale ICT-vaardigheden in het basisonderwijs tot het kritisch beoordelen van algoritmische uitkomsten en het verantwoord gebruik van AI-tools in het voortgezet onderwijs. Wat door alle niveaus heen terugkeert, is het principe van bewust en kritisch gebruik: technologie als middel, niet als doel.
Dat vraagt meer dan een uurtje computerles per week. Informatievaardigheden horen thuis bij Nederlands en geschiedenis. Computational thinking sluit aan op wiskunde en bèta-vakken. Mediawijsheid past bij maatschappijleer en burgerschap. De kracht van de nieuwe kerndoelen zit in integratie — digitale vaardigheden als gedeelde verantwoordelijkheid door het hele curriculum, niet als apart vak dat bij de ICT-coördinator ligt.
Digitale vaardigheden van docenten: wat is er nodig?
Leerlingen digitaal vaardig maken begint bij docenten die zelf weten waar ze mee bezig zijn. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar de praktijk is weerbarstiger. Veel docenten gebruiken dagelijks digitale tools, maar het reflectieve laag ontbreekt: waarom zet ik dit in, wat doet het met het leerproces, en hoe begeleid ik leerlingen bij kritisch gebruik?
Het DigCompEdu-raamwerk — het Europese competentiekader voor digitale vaardigheden van docenten — onderscheidt zes competentiegebieden, van professionele inzet van digitale tools tot het bevorderen van digitale geletterdheid bij leerlingen.
Het Nederlandse AI-GO-kader van Npuls voegt daar specifiek de AI-dimensie aan toe. Beide kaders bieden scholen een concreet vertrekpunt om het niveau van docenten in kaart te brengen en gericht te werken aan ontwikkeling.
Wat docenten niet hoeven te worden, is ICT-expert. Wat ze wel nodig hebben: basisvaardigheden in de tools die ze gebruiken, het vermogen om leerlingen te begeleiden bij veilig en kritisch digitaal gedrag, en voldoende kennis van privacy en informatiebeveiliging om verantwoorde keuzes te maken in de klas.
Digitale vaardigheden en AI: een nieuwe laag
AI-geletterdheid is per 2025 opgenomen in de nieuwe kerndoelen en stelt scholen voor een extra uitdaging. Leerlingen gebruiken AI-tools al volop: voor huiswerk, voor creatieve opdrachten, voor informatie. Maar het begrijpen van hoe die tools werken, wat hun beperkingen zijn en welke ethische vragen ze oproepen, is iets heel anders dan ze simpelweg gebruiken.
Voor docenten geldt hetzelfde. De EU AI Act verplicht organisaties die AI-systemen inzetten — en dat zijn inmiddels vrijwel alle scholen — om te zorgen dat medewerkers voldoende AI-geletterd zijn. Dat is geen papieren verplichting: het raakt aan hoe je als school omgaat met AI-tools in de klas, hoe je leerlingdata beschermt en hoe je docenten toerust om hierover het gesprek te voeren. Meer over de gevolgen van de EU AI Act voor scholen lees je op onze pagina over cybersecurity in het onderwijs.
AI-geletterdheid is geen apart onderwerp naast digitale vaardigheden. Het is een verdieping ervan en scholen die nu al beginnen, lopen voor op de verplichte invoering in 2027.
Hoe ontwikkel je digitale vaardigheden schoolbreed?
Een succesvolle aanpak vraagt om drie dingen tegelijk: een heldere visie, structurele tijd en gedeeld eigenaarschap.
Stap 1 — Breng in kaart waar je staat Een nulmeting onder leerlingen én docenten geeft inzicht in het huidige niveau per domein en maakt duidelijk waar de grootste hiaten zitten. Zonder dat vertrekpunt werken scholen te veel vanuit aannames.
Stap 2 — Verken wat er al is Digitale vaardigheden hoeven niet als apart vak te worden ingeroosterd. Informatievaardigheden passen bij Nederlands en geschiedenis. Computational thinking sluit aan op wiskunde en bèta-vakken. Mediawijsheid past bij maatschappijleer en burgerschap. De kracht zit in integratie, niet in toevoeging.
Stap 3 — Investeer in docenten Professionalisering van docenten is de sleutel. Niet één training per jaar, maar een doorlopend aanbod dat aansluit bij de dagelijkse praktijk en dat docenten op hun eigen niveau en tempo kunnen volgen.
Stap 4 — Maak het schoolbreed Digitale vaardigheden zijn geen taak voor de ICT-coördinator alleen. Ze vragen om coördinatie, een gedeeld curriculum en schoolleiders die er actief op sturen — niet alleen in de visie, maar ook in de roosters en de professionalisering.
Hoe KIEN scholen ondersteunt
KIEN is een coöperatie van 130 schoollocaties in Zuid-Holland. Geen externe adviseur die een standaardpakket komt verkopen, maar een netwerk van scholen dat samen bepaalt wat werkt. Dat maakt het verschil: de kennis die via KIEN beschikbaar is, komt uit de praktijk van scholen die dezelfde vragen stellen.
Via KIEN Kennis ondersteunt KIEN scholen op twee niveaus. Voor docenten en schoolleiders biedt het online leerplatform Studytube een doorlopend aanbod over digitale vaardigheden. Van ICT-basisvaardigheden tot AI-geletterdheid, van beginner tot gevorderd. De ICT-leskisten sluiten direct aan op de domeinen van de nieuwe kerndoelen en zijn direct inzetbaar in de klas. Via KIEN Talks en het Experience Lab wisselen scholen ervaringen en inzichten uit over wat in de praktijk werkt.
Lid zijn van KIEN betekent toegang tot dat aanbod, maar ook tot de gezamenlijke inkoopkracht en de expertise van een netwerk dat de specifieke context van het onderwijs kent. Niet alleen de techniek, ook het curriculum, de wetgeving en de dagelijkse realiteit van de klas.
Waar kun je terecht voor hulp?
- Bij je ICT-coördinator op school of bij KIEN.*
- In online communities voor onderwijspersoneel.
- Bij kennisitems in het Serviceportaal.*
- Bij speciale trainingen over digitale vaardigheden zoals in de online academy.*
Aan de slag met je digitale vaardigheden?
In het online leerplatform Studytube, staat een collectie voor je klaar met lessen, video’s, tips & trucs. Of je nu beginner ben of wat meer uitdaging zoekt; er valt genoeg te leren. Klik op de knop hieronder en ontdek het zelf.
(Geen toegang? Stuur dan een mailtje naar info@kienkennis.nl)
*De support ondersteuning, het Serviceportaal en online leeromgeving Studytube zijn exclusief toegankelijk voor schoolorganisaties die lid zijn van coöperatie KIEN u.a. Neem bij vragen contact met ons op via info@kienict.nl.
Veelgestelde vragen over digitale vaardigheden in het onderwijs
Wat zijn digitale vaardigheden?
Digitale vaardigheden zijn het geheel van kennis en vaardigheden waarmee iemand effectief, veilig en kritisch gebruik kan maken van digitale technologie. In het onderwijs omvatten ze vier domeinen: ICT-basisvaardigheden, informatievaardigheden, mediawijsheid en computational thinking — aangevuld met AI-geletterdheid.
Zijn digitale vaardigheden verplicht op school?
Ja. Per 1 augustus 2027 zijn de nieuwe kerndoelen voor digitale geletterdheid van kracht voor het primair, voortgezet en speciaal onderwijs. Scholen zijn verplicht hier structureel aandacht aan te besteden.
Hoe digitaal vaardig zijn Nederlandse leerlingen?
Uit De Staat van het Onderwijs 2025 blijkt dat leerlingen in het voortgezet onderwijs gemiddeld niveau 1 halen, terwijl niveau 2 geldt als internationaal basisniveau. Nederland scoort onder het gemiddelde van vergelijkbare Europese landen.
Wat moeten docenten digitaal kunnen?
Docenten hoeven geen ICT-expert te zijn, maar moeten wel basisvaardigheden beheersen in de tools die ze gebruiken, leerlingen kunnen begeleiden bij veilig digitaal gedrag en digitale middelen doelgericht kunnen inzetten in de les.
Hoe begin je als school met digitale vaardigheden?
Begin met een nulmeting onder leerlingen en docenten, verken hoe digitale vaardigheden kunnen worden geïntegreerd in bestaande vakken, en investeer in doorlopende professionalisering van docenten. KIEN ondersteunt scholen in dit hele traject.
Wat is het verschil tussen digitale vaardigheden en digitale geletterdheid?
Digitale geletterdheid is het brede begrip: effectief, veilig en kritisch deelnemen aan de digitale samenleving. Digitale vaardigheden zijn de concrete kennis en handelingen die daarvoor nodig zijn. De termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar digitale geletterdheid omvat ook houding en bewustzijn, niet alleen vaardigheden.

