Skip links
Raamwerk AI-geletterdheid geeft scholen een gedeelde taal voor professionalisering en helpt voldoen aan de AI-verordening.

Raamwerk ai-geletterdheid helpt scholen voldoen aan AI-verordening

Kennisnet publiceerde een raamwerk AI-geletterdheid dat schoolbesturen en teams een gedeelde taal geeft om AI-professionalisering aan te pakken. Het instrument beschrijft in oplopende niveaus wat een medewerker moet weten en kunnen, van eerste bewustwording tot gevorderde toepassing in de eigen praktijk. Een abstract beleidsvoornemen wordt daarmee planbaar.

Voor veel schoolleiders is dat precies het ontbrekende stuk. De urgentie van AI-geletterdheid staat inmiddels op vrijwel elke bestuurstafel. Wat ontbrak, was een manier om het gesprek concreet te maken. Zonder gedeeld begrippenkader blijft AI-scholing hangen in goede voornemens en losse workshops met weinig samenhang.

Kennis, vaardigheid en houding vormen samen AI-geletterdheid

Het raamwerk vult die leemte door onderscheid te maken tussen kennis, vaardigheden en houding. Het legt vast wat iemand feitelijk moet begrijpen over generatieve AI, welke handelingen daarbij horen en welke kritische houding nodig is om de uitkomsten te wegen. Die driedeling maakt zichtbaar dat AI-geletterdheid meer is dan een tool kunnen bedienen. Het gaat evengoed om het vermogen de beperkingen ervan te doorzien.

Bruikbaar is het door de opbouw in niveaus. Kennisnet beschrijft een oplopende schaal waarvan de eerste trede draait om basaal besef: weten dat AI bestaat, hoe het globaal werkt en waar het in het onderwijs opduikt. Daarboven liggen niveaus waarin medewerkers AI bewust en verantwoord gaan inzetten, en uiteindelijk zelf keuzes maken over wanneer een toepassing wel of niet passend is. Voor een bestuur betekent dit dat het per functiegroep kan bepalen welk niveau realistisch en wenselijk is.

Die granulariteit is meer waard dan ze op het eerste gezicht lijkt. Een docent Nederlands heeft andere AI-vaardigheden nodig dan een systeembeheerder of een lid van het managementteam. Door het raamwerk als meetlat te gebruiken, kan een school gerichter investeren in scholing in plaats van iedereen door hetzelfde generieke traject te sturen. Dat scheelt tijd en geld, en voorkomt dat gevorderde gebruikers zich vervelen terwijl beginners afhaken.

Raamwerk AI-geletterdheid sluit aan op Europese AI-verordening

Kennisnet plaatst het raamwerk AI-gellerdheid nadrukkelijk naast bestaande kaders. Het sluit aan op de Europese definitie van AI-geletterdheid zoals vastgelegd in de AI-verordening, en op eerdere publicaties over digitale geletterdheid in het onderwijs. Voor besturen die al werken met een visie op digitalisering hoeft AI-geletterdheid geen los eiland te worden. Het kan worden ingebed in wat er al ligt.

Die inbedding is geen detail. De AI-verordening verplicht organisaties die AI inzetten om te zorgen voor voldoende AI-geletterdheid onder hun personeel. Voor scholen die generatieve AI gebruiken, of dat nu bewust beleid is of gewoon omdat docenten ermee experimenteren, ontstaat daarmee een juridische component. Het raamwerk biedt een manier om aantoonbaar invulling te geven aan die verplichting, zonder dat een bestuur zelf het wiel hoeft uit te vinden.

Toch is het raamwerk geen kant-en-klaar programma. Kennisnet levert de structuur en de taal, maar de vertaling naar de eigen situatie blijft werk voor de school zelf. Een bestuur moet bepalen welke niveaus het nastreeft, hoe het de huidige stand meet en welke scholing daarbij past. Dat vraagt om eigenaarschap. Wie verwacht dat het instrument het professionaliseringsvraagstuk vanzelf oplost, komt bedrogen uit.

Gedeelde meetlat maakt het teamgesprek concreet

Die verantwoordelijkheid maakt het raamwerk waardevol als gespreksmiddel. Het geeft een schoolleider iets om mee naar het team te gaan. In plaats van een vage oproep om aan de slag te gaan met AI, kan het gesprek nu draaien om concrete vragen: op welk niveau zit het team nu, waar willen we over een jaar staan, welke functies vragen om meer diepgang? Die vragen zijn beantwoordbaar zodra er een gedeelde meetlat ligt.

Het instrument helpt ook om weerbarstige discussies te ordenen. In veel lerarenkamers lopen de meningen over AI ver uiteen. De een ziet vooral risico’s rond fraude en verschraling van het denkwerk, de ander experimenteert enthousiast met lesvoorbereiding en feedback. Zonder gedeelde taal praten die twee langs elkaar heen. Het raamwerk dwingt niet tot een standpunt, maar maakt wel zichtbaar dat kritische houding en vaardig gebruik geen tegenpolen zijn. Ze horen op elk niveau bij elkaar.

Een school kan het raamwerk op verschillende manieren inzetten: als zelfevaluatie-instrument waarbij medewerkers hun eigen positie inschatten, als basis voor een scholingsplan, of als referentiepunt bij het formuleren van functie-eisen. Kennisnet laat de toepassing bewust open, wat past bij de grote verschillen tussen sectoren en scholen.

Die openheid heeft een keerzijde. Wie houvast zoekt in de vorm van een afgevinkt stappenplan, vindt dat hier niet. Het raamwerk beschrijft wat er nodig is, maar niet hoe een school daar precies komt. De keuze voor externe partijen of interne experts, en het tempo van het traject, blijven open vragen. Voor besturen met beperkte ruimte in tijd en budget kan dat een drempel zijn.

Tegelijk voorkomt die aanpak dat het raamwerk verwordt tot een afvinkexercitie. AI-geletterdheid laat zich slecht vangen in een certificaat dat je eenmalig haalt. De technologie verandert snel, en wat vandaag geldt als gevorderd gebruik kan over een jaar basiskennis zijn. Een raamwerk dat niveaus beschrijft in plaats van vaste eindtermen houdt daar rekening mee. Het is meer een kompas dan een routekaart.

Startpositie bepalen vraagt eerlijkheid over verborgen gebruik

Voor schoolbestuurders die nu aan de slag willen, ligt de eerste stap in het bepalen van de startpositie. Waar staat het team, en waar staat de organisatie als geheel? Dat vraagt om een eerlijke inschatting, want AI-gebruik gebeurt vaak onder de radar. Docenten die ChatGPT gebruiken voor toetsvragen melden dat zelden bij hun leidinggevende. Het raamwerk kan helpen om dat verborgen gebruik boven tafel te krijgen, mits het gesprek veilig genoeg is om open te zijn.

Daar ligt meteen een aandachtspunt. Een meetlat kan ook als afrekeninstrument gaan voelen. Als medewerkers het idee krijgen dat hun niveau wordt gebruikt om te beoordelen in plaats van te ontwikkelen, verdwijnt de bereidheid om open kaart te spelen. De waarde van het raamwerk staat of valt met de manier waarop een bestuur het introduceert. Als ontwikkelinstrument werkt het. Als controlemiddel keert het zich tegen het doel.

De timing van de publicatie is gunstig. Scholen worstelen zichtbaar met de vraag hoe ze om moeten gaan met generatieve AI in het onderwijs, en veel initiatieven blijven steken in incidentele pilots. Een gedeeld kader kan die versnippering tegengaan. Bovendien groeit de druk vanuit de AI-verordening, die de komende tijd concreter wordt in wat organisaties moeten aantonen. Wie nu begint met professionaliseren, staat straks sterker.

Of het raamwerk daadwerkelijk landt in de dagelijkse praktijk, hangt af van meer dan de kwaliteit van het instrument zelf. Het vraagt om schoolleiders die tijd vrijmaken, om teams die zich willen ontwikkelen en om een cultuur waarin experimenteren mag.

Kennisnet levert de taal en de structuur. De rest is aan de scholen. Of besturen de ruimte weten te vinden om van een goed instrument ook een echt traject te maken, is een vraag die zij zelf moeten beantwoorden.

Bron: Kennisnet