Skip links
Frankrijk kiest voor eigen videobelsoftware: wat zegt dat over digitale autonomie?

Frankrijk kiest voor eigen videobelsoftware: wat zegt dat over digitale autonomie?

De Franse overheid heeft aangekondigd dat zij uiterlijk in 2027 volledig wil stoppen met Amerikaanse videobelsoftware zoals Microsoft Teams, Zoom en Webex. In plaats daarvan stappen alle overheidsdiensten over op Visio, een eigen ontwikkeld videoconferentieplatform. De maatregel past binnen een bredere Europese beweging richting digitale autonomie en minder afhankelijkheid van buitenlandse technologie.

Volgens minister David Amiel, verantwoordelijk voor de modernisering van de Franse overheid, gebruiken overheidsorganisaties momenteel een veelheid aan verschillende tools. Die versnippering zou niet alleen onhandig zijn voor samenwerking, maar ook risico’s opleveren voor beveiliging en privacy. Daarnaast spelen de kosten van licenties en de afhankelijkheid van buitenlandse infrastructuur een rol. Door over te stappen op één eigen platform verwacht Frankrijk jaarlijks aanzienlijke besparingen te realiseren.

De overstap komt niet uit de lucht vallen. Visio werd het afgelopen jaar al getest binnen de overheid en wordt inmiddels door tienduizenden ambtenaren gebruikt. In de komende periode sluiten onder meer de Franse Belastingdienst en het ministerie van Defensie aan, waarmee het aantal gebruikers snel oploopt.

Digitale soevereiniteit op de Europese agenda

Frankrijk staat hierin niet alleen. Binnen Europa groeit de aandacht voor digitale onafhankelijkheid, mede door geopolitieke spanningen en wetgeving zoals de Amerikaanse Cloud Act. Die wet maakt het mogelijk dat Amerikaanse autoriteiten toegang eisen tot data van Amerikaanse techbedrijven, zelfs wanneer die data op Europese servers staat opgeslagen.

Het Europees Parlement sprak zich onlangs uit voor een sterkere Europese positie op het gebied van cloud, dataopslag en kunstmatige intelligentie. Daarbij wordt vaak verwezen naar het bredere idee van een ‘Eurostack’: een Europees ecosysteem van hardware, software en infrastructuur, ontwikkeld en beheerd binnen Europa.

En Nederland dan?

Ook in Nederland voeren overheden en publieke organisaties al langer het gesprek over digitale autonomie. Voor scholen en onderwijsinstellingen speelt daarbij een extra dimensie: privacy van leerlingen en medewerkers, continuïteit van digitale voorzieningen en grip op data. Tegelijkertijd is de praktijk weerbarstig. Grote, internationale platforms zijn gebruiksvriendelijk, snel beschikbaar en diep verweven in het dagelijkse onderwijsproces.

De Franse keuze laat zien dat een overheid bereid kan zijn om bewust een andere route te kiezen, zelfs als dat op korte termijn vraagt om investeren, aanpassen en doorzetten.

Wat betekent digitale autonomie voor het Nederlandse onderwijs?
Is het vooral een principiële discussie, of wordt het tijd om ook hier serieuzer te kijken naar Europese of eigen alternatieven?