Skip links
AI op school: ouders willen meedoen, niet tegenhouden

AI op school: ouders willen meedoen, niet tegenhouden

Vorige week verscheen De Staat van het Onderwijs 2026, met stevige bevindingen over digitale geletterdheid en AI in de klas. Maar hoe kijken ouders daar eigenlijk tegenaan? De Staat van de Ouder 2026, een jaarlijks onderzoek van Ouders en Onderwijs onder bijna duizend ouders, verscheen vrijwel gelijktijdig en geeft een verrassend antwoord.

Want ouders denken genuanceerder over AI dan het publieke debat doet vermoeden. Ja, ze hebben zorgen over de nadelen en risico’s. Maar ze zien ook dat AI hun kind helpt en ondersteunt in het leerproces. Wat ze vooral willen, is dat kinderen leren hoe ze er verantwoord en bewust mee omgaan. Niet wegkijken, maar begeleiden.

Dat maakt de vraag om transparantie begrijpelijk. Driekwart van de ouders weet momenteel niet hoe de school van hun kind omgaat met AI. Niet omdat ze er niet in geïnteresseerd zijn, maar omdat de communicatie daarover nog grotendeels ontbreekt. Ze willen weten wat er gebeurt en waarom. Dat is alles.

Digitale leermiddelen roepen vergelijkbare gevoelens op. Laptops en tablets zijn op veel scholen niet meer weg te denken, zeker in het voortgezet onderwijs. Ouders zien de voordelen, maar maken zich ook zorgen over afleiding. Ze begrijpen dat scholen daarin lastige keuzes moeten maken.

Een kwart van de ouders vindt dat er op school meer aandacht mag komen voor digitale vaardigheden. Opvallend genoeg wil bijna de helft van de ouders zelf ook aan de slag met die vaardigheden, om hun kind thuis beter te kunnen begeleiden. De behoefte aan digitale groei ligt dus niet alleen in de klas.

Wat dit rapport eigenlijk laat zien is dat ouders geen tegenstanders zijn van digitalisering. Ze willen er gewoon bij betrokken zijn. Niet als toeschouwer, maar als gesprekspartner.