Skip links

DIGITALISERING IN HET ONDERWIJS

Scholen hebben tegenwoordig snelle wifi, een digitale leeromgeving en leraren die Teams kunnen bedienen. Toch zeggen veel schoolleiders dat ze het gevoel hebben achter de feiten aan te lopen. Dat klopt. Want apparaten aanschaffen en systemen installeren is niet hetzelfde als digitaliseren.

Digitalisering in het onderwijs is een proces. Het vraagt om keuzes over beleid, over de rol van leraren en over wat je als school wil bereiken met technologie. Scholen die dat goed doen, hebben niet per se de nieuwste apparaten. Ze hebben een visie.

Wat is digitalisering in het onderwijs?

Digitalisering in het onderwijs is het proces waarbij scholen systematisch overstappen van analoge naar digitale werkwijzen, zowel in het onderwijs zelf als in de organisatie en communicatie. Het gaat daarbij niet alleen om wat leerlingen leren, maar ook om hoe een school functioneert.

Dat onderscheidt digitalisering van ICT.
ICT is de gereedschapskist: de devices, de software, het netwerk. Digitalisering is de verbouwing. Je kunt een school vol apparaten hebben zonder dat er ook maar iets wezenlijk verandert in hoe leraren lesgeven of hoe de organisatie werkt. Omgekeerd kun je een school hebben die met relatief weinig middelen een doorlopende, samenhangende aanpak heeft gebouwd.

De vraag is dus niet of je digitaliseert, maar hoe bewust je dat doet.

Meer over de concrete ICT-infrastructuur die scholen daarvoor nodig hebben, lees je op onze pagina over ICT in het onderwijs.

Wat drijft de digitalisering van het onderwijs?

Digitalisering in het onderwijs staat niet op zichzelf. Er zijn drie krachten die het tempo bepalen.

De eerste is beleid. Het ministerie van OCW heeft digitalisering als prioriteit benoemd. Via het programma Edu-V werkt de overheid aan een basisinfrastructuur voor ICT die voor alle scholen op dezelfde manier werkt, met snelle internettoegang, uitwisselbare systemen en vereenvoudigde authenticatie voor leraren. Tegelijk legt het IBP-normenkader scholen concrete verplichtingen op voor digitale veiligheid: per 1 januari 2027 moeten scholen een zelfevaluatie uitvoeren, en per 2030 moeten ze volledig voldoen aan het kader.

De tweede kracht is het curriculum. Digitale geletterdheid wordt per 1 augustus 2027 verplicht als onderdeel van de kerndoelen voor primair en voortgezet onderwijs. Dat betekent dat scholen niet alleen digitale middelen moeten hebben, maar ook moeten nadenken over wat ze leerlingen meegeven op het gebied van ICT-vaardigheden, mediawijsheid en AI-geletterdheid. Uitgebreide informatie lees je op onze pagina over digitale geletterdheid in het onderwijs.

De derde kracht is de arbeidsmarkt en samenleving. Leerlingen die nu in groep 5 zitten, treden rond 2033 de arbeidsmarkt op. De digitale vaardigheden die ze meekrijgen, bepalen mede hoe goed ze daarvoor zijn voorbereid. Scholen voelen die druk. De vraag is hoe je er als school structureel op reageert in plaats van ad hoc.

 

Bron: Rijksoverheid

De monitor digitalisering onderwijs

Om scholen te helpen grip te krijgen op hun eigen voortgang, lanceerden Kennisnet, de PO-Raad en de VO-raad in 2025 de Monitor Digitalisering Onderwijs (MDO). Besturen kunnen via het platform Vensters deelnemen en krijgen na afloop een gedetailleerd rapport over hun eigen situatie.

De monitor kijkt naar vijf gebieden: de ICT-bekwaamheid van docenten, de digitale geletterdheid van leerlingen, informatiebeveiliging en privacy, digitale leermiddelen en apparatuur, en innovatie inclusief AI. Daarmee geeft de MDO een beeld van waar een school staat ten opzichte van andere scholen.

Wat de monitor niet is: een ranglijst of een afvinklijst. Het is een instrument om het gesprek te voeren. Wat willen we bereiken? Wat ontbreekt er nog? En wat is de eerste stap?

Kennisnet Monitor Digitalisering Onderwijs

Digitaal veilig onderwijs

Digitalisering vergroot ook de kwetsbaarheid van scholen. Meer digitale systemen betekent meer aanvalsvlak voor cyberdreigingen. Het programma Digitaal Veilig Onderwijs (DVO), ontwikkeld met Kennisnet, SIVON en de onderwijsraden, helpt scholen hun digitale beveiliging op orde te brengen.

Concreet betekent dat multifactorauthenticatie invoeren, antivirussoftware up-to-date houden en medewerkers trainen op het herkennen van phishing. Maar ook: weten wat te doen als er toch iets misgaat. Het DVO-programma heeft daarvoor een ondersteuningspunt ingericht voor scholen die te maken krijgen met een cyberincident.

Digitale veiligheid is geen ICT-vraagstuk dat je aan een beheerder overlaat. Het is een bestuursvraagstuk:

  • Wie is er eindverantwoordelijk?
  • Is het beleid up-to-date?
  • Weten medewerkers wat ze moeten doen?
NIS2
Cybersecurity Onderwijs

Waar scholen tegenaan lopen bij digitalisering

Digitalisering stuit in de praktijk op drie terugkerende knelpunten.

Het eerste is ongelijke toegang. Niet alle leerlingen hebben thuis een werkend apparaat of een stabiele internetverbinding. De overheid erkent dit: 83% van de gemeenten ondersteunt gezinnen met lagere inkomens bij de aanschaf van digitale middelen, maar de verantwoordelijkheid voor een inclusief beleid begint bij de school zelf.

Het tweede knelpunt is de leraar. Technologie die de klas inkomt, moet door leraren worden ingezet. Dat lukt alleen als leraren er vertrouwen in hebben en weten hoe ze het didactisch kunnen gebruiken. Uit onderzoek van Kennisnet blijkt dat dit de meest bepalende factor is voor of digitalisering in de klas ook echt werkt. Een investeringsplan dat zich uitsluitend op apparaten richt en niet op professionalisering, zet geen zoden aan de dijk.

Het derde knelpunt is visie. Veel scholen weten wel dat ze iets moeten met digitalisering, maar niet wat ze precies willen bereiken. Zonder een gedeeld richtinggevend kader worden beslissingen over systemen, licenties en trainingen los van elkaar genomen. De ene leraar werkt met drie verschillende platforms, de andere weet niet hoe hij zijn leerlingvolgsysteem moet uitlezen. Visie is geen luxe. Het is de voorwaarde voor alles wat erop volgt.

Hoe KIEN hierin meedenkt

KIEN is een coöperatie van scholen in Zuid-Holland. Aangesloten schoollocaties zijn mede-eigenaar, wat betekent dat de dienstverlening is gebouwd op wat scholen in de praktijk tegenkomen, niet op wat leveranciers willen verkopen.

Op het gebied van digitalisering ondersteunt KIEN op drie manieren. Voor de infrastructuur en het beheer zorgt KIEN dat de technische basis op orde is, zodat schoolleiders en leraren zich op onderwijs kunnen richten. Voor digitale veiligheid helpt KIEN bij de implementatie van het IBP-normenkader en biedt het scholen ondersteuning bij het opzetten van structureel beleid. En via KIEN Kennis ondersteunt KIEN scholen bij de professionalisering van leraren en het opbouwen van een doorlopende leerlijn digitale vaardigheden.

Meer over het coöperatieve model en wat aansluiting voor een school betekent, lees je op onze pagina over betaalbare ICT in het onderwijs.

ICT-diensten voor het onderwijs
KIEN ICT

Complete ICT-ontzorging binnen het onderwijs

Er zijn talrijke voordelen om je als school aan te sluiten bij KIEN. De drie belangrijkste zijn:

1) De diepte van de dienstverlening
Belangrijk, gezien de toenemende complexiteit van ICT.

2) De controle
Leden zijn eigenaar, dus betrokken bij elke keuze. en

3) Het inkoopvoordeel
Natuurlijk doordat wij gezamenlijk met elkaar optrekken.

Alleen ga je snel, samen kom je verder.

Kom met ons in contact

Ontdek meer over de voordelen van een lidmaatschap bij ons.

    Veelgestelde vragen over digitalisering in het onderwijs

    Wat is digitalisering in het onderwijs?

    Digitalisering in het onderwijs is het proces waarbij scholen structureel overstappen van analoge naar digitale werkwijzen, in onderwijs, organisatie en communicatie. Het gaat over hoe een school functioneert en wat ze leerlingen meegeven, niet alleen over welke apparaten er in de klas staan.

    Wat is het verschil tussen digitalisering en ICT in het onderwijs?

    ICT verwijst naar de digitale middelen zelf: apparaten, software, netwerken. Digitalisering is het bredere proces van verandering dat die middelen mogelijk maken. Een school kan uitstekende ICT hebben en toch nauwelijks gedigitaliseerd zijn als er geen visie achter zit.

    Wat zijn de verplichtingen van scholen op het gebied van digitalisering?

    Scholen moeten per 1 januari 2027 een zelfevaluatie uitvoeren op basis van het IBP-normenkader voor digitale veiligheid. Volledige compliance wordt verwacht per 2030. Daarnaast worden de kerndoelen voor digitale geletterdheid per 1 augustus 2027 verplicht voor primair en voortgezet onderwijs.

    Wat is de Monitor Digitalisering Onderwijs?

    De Monitor Digitalisering Onderwijs (MDO) is een initiatief van Kennisnet, PO-Raad en VO-raad. Scholen kunnen via het platform Vensters deelnemen en krijgen inzicht in hun eigen voortgang op vijf gebieden: ICT-bekwaamheid van docenten, digitale geletterdheid van leerlingen, informatiebeveiliging, leermiddelen en innovatie.

    Wat is Edu-V?

    Edu-V is een overheidsprogramma dat werkt aan een gedeelde basisinfrastructuur voor ICT in het funderend onderwijs. Het doel is dat alle scholen toegang hebben tot snelle internettoegang, uitwisselbare systemen en vereenvoudigde authenticatie voor leraren, ongeacht welke leveranciers ze gebruiken.

    Hoe begin je als school met een digitaliseringsvisie?

    Een goed startpunt is de vraag: wat willen we leerlingen en leraren over vijf jaar kunnen bieden? Vanuit dat antwoord kun je terugwerken naar wat er nu nodig is op het gebied van infrastructuur, professionalisering en beleid. De Monitor Digitalisering Onderwijs is een bruikbaar instrument om inzicht te krijgen in waar je nu staat.